Het Toekomstplan integraal
Toekomstplan Taal- en Letterkunde:
‘Van volkstuinen naar landschapstuin’
0. Leeswijzer Toekomstplan T&L (versie 27 mei 2008)
1. Visie
2. Missie
3. Huidige situatie en nieuwe plannen
3.1 Onderwijsvernieuwing T&L
3.2 Aandachtspunten onderzoek
3.3 Organisatie
3.4 Hrm-beleid
3.5 Cijfers onderwijs en personeel
4. Gefaseerde plannen
1. Visie
Taal- en Letterkunde wil een kwalitatief hoogstaand breed palet van talenopleidingen aanbieden met een Europees profiel. Kwaliteit van onderwijs en onderzoek dienen hierin gestimuleerd en gefaciliteerd te worden, waarbij samenwerkingsverbanden op gebied van onderwijs en onderzoek, opleidingen en personeelsleden voorop staan.
2. Missie
Taal- en Letterkunde is het grootste department binnen de FGw en verzorgt 15 bacheloropleidingen en 18 masteropleidingen (15 aansluitmasters en 3 onderzoeksmasters; zie bijlage 1). Dit komt neer op meer dan de helft van alle facultaire bacheloropleidingen. Medewerkers participeren in alle drie de facultaire onderzoeksinstituten.
De huidige Afdeling is, in goed overleg met OWI en OZI’s, verantwoordelijk voor het personeel dat tot de afdeling behoort, zowel het WP als het OBP. Die verantwoordelijkheid houdt in dat:
• personeel optimaal wordt ingezet;
• personeel wordt toegerust zodat het de opgedragen taken optimaal kan uitvoeren;
• de bedrijfsvoeringsprocessen verlopen binnen de daarvoor gestelde financiële kaders, zodat er sprake is van een financieel gezonde afdeling.
3. Huidige situatie en nieuwe plannen
Per januari 2008 is er een eind gekomen aan de aanvullende financiering van de personele overbezetting bij T&L. De personele bezetting bij Taal- en Letterkunde (de Indicatieve Formatie versus de reële bezetting) ziet er als volgt uit:
Tabel 1: Personele Bezetting Taal- en Letterkunde zomer 2008
Naam opleiding |
IF |
Reële bezetting |
IF in ow uren |
Reëel inzetbare ow uren |
|
Duits |
3,1 |
2,7 |
2710 |
1935 |
|
Engels |
10,9 |
10,19 |
10306 |
7957 |
|
GLTC & Latinistiek |
3,2 / 1,3 |
3,07 / 0,5 |
2950 / 1238 |
2592 / 443 |
|
Nieuwgrieks |
2,9 |
1,72 |
2710 |
1536 |
|
Scandinavistiek |
4,3 |
4,8 |
4470 |
4868 |
|
Arabisch |
3,1 |
1,03 |
2870 |
949 |
|
Hebreeuws |
3,1 |
3,0 |
2870 |
2156 |
|
Slavisch |
6,8 |
6,29 |
7430 |
5531 |
|
Spaans |
7,1 |
8,88 |
7340 |
8616 |
|
Literatuurwetenschap |
5,4 |
6,14* |
4132 |
4954 |
|
Taalwetenschap |
6,9 |
14,24 |
5629 |
9444 |
|
Sign Linguistics |
2,3 |
2,42 |
2080 |
2951 |
|
Frans |
3,3 |
8,28 |
3391 |
5744 |
|
Roemeens |
2,9 |
2,11 |
2710 |
2622 |
|
Italiaans |
3,9 |
5,53 |
3682 |
5339 |
|
Lsg Moderne Europese Letterkunde |
5,7 |
5,5 |
5019 |
3573 |
* incl. tijdelijke dienstverbanden
NB: Deze cijfers worden negatief beïnvloed doordat in het huidige model de extra kosten die parallelgroepen (vrijwel uitsluitend taalverwerving propedeuse) met zich mee brengen, bij de meeste opleidingen niet kunnen worden terugverdiend door de extra studiepunten die ze genereren (zie ook 3.1 en 4). Daarnaast kan men spreken van een overprogrammering van het onderwijs en van een binnen de huidige kaders niet te bekostigen hoeveelheid aan opleidingsrelateerde BenB taken, die wel noodzakelijk zijn om opleidingen in te richten en te ondersteunen en in sommige gevallen wettelijk verplicht zijn.
Er is inmiddels een substantiële bezuiniging op het onderwijsprogramma T&L geëntameerd, door resp. 3000 (2007-2008) en 4500 (2008-2009) onderwijsuren in de programmering te schrappen. Dit heeft een belangrijke rationalisering van het aanbod maar nog geen volledige besparing opgeleverd, vooralsnog ‘alleen’ ten koste van onderwijskwaliteit en hrm-beleid; de volgende stap (nog eens minimaal 4500 uur, om te komen tot een totaal van 69.000 onderwijsuren qua aanbod) zou niet zonder gevolgen voor de eindtermen van de individuele opleidingen kunnen worden doorgevoerd. Bovendien ondermijnt deze eenzijdige (cijfermatige) aanpak de inhoudelijke visie van T&L. In overleg met hoogleraren, BAMA-coördinatoren en OC’s is dan ook vastgesteld dat de tijd van de kaasschaaf voorbij is en het moment van herbezinning op het totaalaanbod T&L is aangebroken. Die herbezinning is ook in het licht van de lage studentenaantallen in de latere BA- en MA-fase en de relatief ongunstige staf/student ratio bij sommige opleidingen cq modules opportuun. Niet alleen een financiële reductie, ook een inhoudelijke heroriëntatie is noodzakelijk en wenselijk.
3.1 Onderwijsvernieuwing Taal- en Letterkunde
De verschillende doelstellingen van de beoogde onderwijsvernieuwing T&L kan men alsvolgt samenvatten:
• minder introvert: T&L wil opleidingen faciliteren die beter aansluiten bij maatschappelijke behoeften en bij de interesses van de studenten van nu, opdat studentenaantallen en rendementen toenemen;
• de breedte behouden en uitbuiten: het rijke onderwijsaanbod dient zodanig te zijn vormgegeven dat de huidige verkaveling, die voor alle partijen contraproductief werkt, plaatsmaakt voor een intensieve samenwerking (‘van volkstuinen naar landschapstuin’), ook over de grenzen van het department heen. In dit licht is ook de opmerking uit de notitie Bennis (Op weg naar een Graduate School Humanities, d.d. 1-2-2008) relevant: ‘De BA is gericht op een brede academische vorming met een disciplinair karakter’;
• academisch: de link tussen onderwijs en onderzoek moet zichtbaar verstevigd en structureel in het onderwijs verankerd worden. Studenten dienen vanaf de propedeuse meer geconfronteerd te worden met de kruisbestuiving tussen beide en vertrouwd te raken met een academisch beroepsperspectief;
• concurrerend: het aanbod van T&L dient concurrerend te zijn met andere talenopleidingen in Nederland en tegelijkertijd gericht te zijn op complementaire samenwerking waar mogelijk;
• effectieve kostenreductie: T&L moet actief streven naar een gezonde financiële basis, maar dient daarbij realistisch te blijven. Voor de talenopleidingen is het systeem van nullasttoekenning van levensbelang: meer dan de helft van de opleidingen zou zonder dit vangnet minder formatie toegekend krijgen dan de nullast waarborgt. Wanneer alleen studentenaantallen of absolute output (in studiepunten dan wel in diploma’s) de financieringsmaatstaf vormen, kunnen verreweg de meeste talenopleidingen niet zonder nadere steunmaatregelen overleven.
De ‘disciplinaire turn’
Na twee jaar van intensieve gesprekken hebben Afdeling en OWI vastgesteld dat er binnen T&L voldoende draagvlak is voor een nieuwe inrichting van (in eerste instantie) het bacheloronderwijs. Waar nu in de postpropedeuse de verdieping per opleiding met verschillende taalspecifieke modules wordt ingevuld, zal in het vervolg een substantieel deel worden gevuld met disciplinair aanbod, d.w.z. met opleidingsoverstijgende vakken waarin methoden en thema’s uit de letterkunde, de taalkunde en de cultuurkunde het uitgangspunt vormen (er is hier dus nadrukkelijk geen sprake van extra verbredingsaanbod). Door in alle programma’s in hetzelfde semester ruimte te maken voor taaloverstijgend maar wel specialistisch onderwijs, kunnen vraag en aanbod worden gemaximaliseerd en kan dit deel van het onderwijs zeer rendabel worden gemaakt. Het aanbod wordt afgestemd op de vraag, zodat iedere werkgroep gemiddeld tenminste 20 studenten heeft. Bij de huidige studentenpopulatie zouden tenminste negen disciplinaire modules kunnen worden aangeboden (zie bijlage 2 voor een schematische weergave van de voorgestelde herindeling). De winst kan verder worden gemaximaliseerd door opleidingen buiten T&L te laten participeren in de disciplinaire component.
Deze herstructurering betekent winst op verschillende punten, zowel inhoudelijk, als financieel, als op het gebied van personeelsbeleid:
• inhoudelijk: studenten krijgen een aanbod, dat anders is van opzet en waardoor we hopen dat niet alleen de belangstelling voor de opleidingen, maar ook het rendement zal stijgen. Met name ‘maatwerk’ is nu mogelijk, omdat studenten eerder in hun studie de ruimte krijgen om hun specifieke belangstelling voor taalkunde, letterkunde of cultuurkunde te volgen. Tegelijkertijd worden ze nadrukkelijk in de gelegenheid gesteld over de grenzen van hun eigen opleiding heen te kijken. Door de disciplinaire basis wil T&L ook een betere aansluiting creëren met de (disciplinaire) onderzoeksmasters General Linguistics, Literary Studies en Cultural Analysis. Er kan bij het ontwerpen van disciplinaire modules worden aangesloten bij lopend of nieuw te ontwikkelen onderzoek, met inachtneming van de wisselende zwaartepunten in de onderzoeksprogramma’s. Ten slotte wordt, door de keuze van onderwerpen en de grotere toegankelijkheid, het T&L onderwijs aantrekkelijker voor studenten van andere opleidingen in de faculteit. Het aanbod zal uiteraard variëren, zodat het onderwijs desgewenst beter kan aansluiten bij de actualiteit (een veelgehoorde wens van studenten).
• financieel: door het simultaan aanbieden van disciplinaire modulen voor grotere groepen in het 2e semester van het 2e en 3e BA-jaar, ten koste van taalspecifieke modulen, vindt een effectieve kostenreductie plaats. De zogenaamde ‘kleine letterengelden’ kunnen vervolgens gericht daar worden ingezet, waarvoor ze bedoeld zijn: ten behoeve van de unica Nieuw Grieks en Roemeens en de niet-schooltalen met afwijkend schrift. Tegelijk moet het department ervoor waken kleine opleidingen zonder meer te koesteren; kwaliteit en relevantie blijven belangrijk, evenals landelijke en randstedelijke (Sectorplan-)afspraken. Het behoud van unica-voorzieningen op hoogleraarsniveau is voor T&L niet langer vanzelfsprekend; de Afdeling zal zich bezinnen op een passende, doelmatige vorm waarin deze voorzieningen zullen worden ingebed en aangeboden.
• personeelsbeleid: het behoeft geen betoog dat minder verkaveling tussen de opleidingen ook voor het WP positief zal uitpakken: bij toerbeurt krijgt men de kans om specialistisch onderwijs te verzorgen voor een grote groep geïnteresseerde studenten. De kwaliteit van het aanbod én van de docenten zal cruciaal zijn voor het succes van deze formule. Daarom moeten medewerkers die hieraan een bijdrage gaan leveren goed op hun (deels nieuwe) taak worden voorbereid. Voor hrm-beleid biedt dit format ook aantrekkelijke perspectieven. Hoogleraren kunnen bijvoorbeeld ambitieuze docenten (zonder onderzoekstijd) voordragen om ingezet te worden in het disciplinaire onderwijs. Succesvolle onderzoekers kunnen, op voordracht van een OZI of hoogleraar, tijdelijk door het department worden aangesteld als ‘trekker’ van een module. Het nieuwe onderwijsformat zou ten slotte ook de docentenmobiliteit binnen de FGw een impuls kunnen geven.
Andere maatregelen
De ‘disciplinaire turn’ wordt het voornaamste onderwijsspeerpunt van T&L de komende jaren, maar staat als maatregel niet op zichzelf. Andere initiatieven zijn:
• verder rationaliseren van het onderwijsaanbod: allereerst zal een nauwkeurige landelijke afstemming richtinggevend zijn bij keuzes die T&L de komende jaren gaat maken. (Een voorbeeld: de UU biedt een volledige bacheloropleiding Portugees aan met slechts geringe instroom. Door goede interuniversitaire afspraken zouden studenten probleemloos bij het onderwijs in Utrecht moeten kunnen aanschuiven. Het onderwijs aan de UvA is daarmee overbodig). Daarnaast moet op facultair niveau worden gestreefd naar ontdubbeling van aanbod; op onderwijsinstituutsniveau is dit bijvoorbeeld al gebeurd bij de opleidingen Engels en General Linguistics. Ook moet kritisch worden gekeken naar de service die T&L verleent aan studenten van andere OWI’s op het gebied van taalverwervingsonderwijs. De vraag is of T&L deze kosten moet blijven opbrengen wanneer extra groepen structureel onrendabel blijken. Daar staat tegenover dat T&L, mits de kaders dat toelaten, meer maatwerk zou kunnen bieden in antwoord op afwijkende of specialistische onderwijsvraag, in eerste instantie vanuit de FGw (bijv. passief Russisch voor studenten OES; TV-onderwijs parallel aan MA-modules ES; Frans t.b.v. het MA-traject European Policy).
• het buitenlandverblijf: T&L zou studenten moeten verplichten om in het eerste semester van het 3e BA-jaar naar het buitenland te gaan. Dit buitenlandverblijf zou meer dan het nu het geval is ten dienste moeten staan van de taalverwerving, en kan zo bijdragen aan het vereiste taalvaardigheidsniveau dat studenten dienen te bereiken (m.n. i.v.m. de Educatieve Master schooltalen, zie hieronder).
• het afstudeerproject: om talentvolle BA-studenten eerder actief met onderzoek te laten kennismaken, zou de scriptieomvang iets moeten worden opgehoogd (15 ECTS) en de begeleiding geïntensiveerd. Het schrijven zelf zou in een peergroup aandacht moeten krijgen.
• voorlichting, begeleiding en coaching van studenten bij het kiezen uit deze mogelijkheden is essentieel. OWI en/of USH zouden hierin intensief moeten investeren.
• masteronderwijs: in afwachting van de definitieve invulling van de GSH wil T&L zich hier beperken tot het noemen van een aantal concrete aandachtspunten.
1. 1-jarig masteraanbod: op MA niveau is het draagvlak voor het onderwijs m.n. in de kleine letteren nog geringer dan op BA-niveau. De mogelijkheid zou de komende jaren onderzocht moeten worden om ook hier te ‘kantelen’ en disciplinaire 1-jarige MA-programma’s aan te bieden met daarbinnen taalspecifieke keuzes. Dit aanbod zou direct een rol moeten spelen in de corresponderende Research Masters en mogelijk gerelateerde Professional Masters. Ook hier geldt dat het draagvlak dient te worden gemaximaliseerd door naast de huidige T&L opleidingen ook andere relevante opleidingen in deze plannen op te nemen. Het Sectorplan ‘Levendige Letteren’ zou, daar waar het succesvol is, moeten worden uitgebouwd, met een heldere financiële basis.
2. educatieve en professionele masters: de onderwijsprogramma’s van de huidige talenopleidingen zijn sterk gericht op specialisatie en op een wetenschappelijke loopbaan. Specifieke voorbereiding op een carrière buiten de universiteit heeft traditioneel geen prioriteit gehad. Op dit punt, met aandacht voor behoefte vanuit de maatschappij, zou aanvulling van de programma’s met beroepsvoorbereidende elementen (is) dan ook gewenst zijn. Voor talenstudenten is er in beginsel voldoende werkgelegenheid in beroepen als leraar of vertaler. T&L streeft ernaar de komende jaren veel meer studenten dan nu het geval is te laten doorstromen naar EMA-programma’s voor de schooltalen, o.a. door betere afstemming met het ILO. Een belangrijk aandachtspunt blijft de aansluiting van de nieuwe BA-programma’s op de specifieke eisen van de EMA, m.n. waar het de multidisciplinariteit en de taalbeheersing betreft. Voor een beperkt aantal talen zal, met inachtneming van zittende expertise en onderwijsaanbod uit de PMA ‘Editor’, de mogelijkheid van een PMA ‘Vertalen’ worden onderzocht; een voorstel voor een PMA ‘Clinical linguistics’ wordt momenteel uitgewerkt.
3. research masters: T&L streeft voor de komende jaren naar een betere onderlinge afstemming van de RMA’s Literary studies en Cultural Analysis. De huidige 1-jarige MA Literatuurwetenschap zou, hergeprofileerd tot een Engelstalige MA Literature and Theory, de ideale partner zijn voor beide onderzoeksmasters. Dit zou moeten leiden tot meer synergie tussen de traditionele (historische) letterkunde en de (theoretische) cultural analysis, hetgeen op termijn ook een nieuwe impuls voor het letterkundeonderzoek zou kunnen betekenen (zie hieronder, 3.2).
3.2 Aandachtspunten onderzoek:
• op OZI-niveau: T&L zal zich de komende periode nadrukkelijk moeten bekommeren om de programmatische positie van (m.n.) het historische letterkunde-onderzoek, dat niet alleen landelijk in het slop zit, maar ook in de facultaire onderzoekszwaartepunten ondervertegenwoordigd is. In een recente promotieronde heeft het ICG een deel van de gelden geoormerkt voor letterkundige projecten, maar dat lijkt niet de juiste weg om kwalitatief goed onderzoek te bevorderen. Het letterkundige onderzoek heeft primair baat bij methodologische vernieuwing en verbreding en zou dus vooral profiteren van (meer, kleinschalige) OZI-grenzen-overstijgende onderzoeksprojecten. De afgelopen jaren heeft T&L consequent medewerkers letterkunde aangesteld met een dubbele (ASCA en ICG) affiniteit; zij zouden bij het ontwikkelen van dergelijke projecten een voortrekkersrol kunnen vervullen.
• op ‘opleidingsniveau’: in de gesprekken die de Afdeling de afgelopen twee jaar met leerstoelhouders heeft gevoerd over de gevolgen van de IF voor de onderzoeksprofilering van T&L, blijkt dat onderzoek door velen (en niet alleen letterkundigen) primair als een individuele zaak wordt gezien. T&L zou graag zien dat er meer dan nu het geval is per opleiding over een elementaire common research interest wordt nagedacht, waarmee idealiter een brug wordt geslagen tussen OZI-programma’s en graduate onderwijs. Het ASCA ‘Theory seminar’ voor WP, promovendi en gevorderde graduate students is daarvan een goed voorbeeld; over de financiering van dergelijke initiatieven zou eindelijk helderheid moeten komen. Op dit punt verwijzen we naar hoofdstuk/paragraaf 4 waar ‘het faciliteren van de ontmoeting’ wordt genoemd, waar common research interest bij aan zou kunnen sluiten.
• op individueel niveau: de kwaliteit van onderzoek en onderwijs zou gebaat zijn bij de invoering van flexibele sabbaticals (d.w.z. van korte of langere duur), zowel ten behoeve van onderzoek (voor het aanvragen van een groot onderzoeksproject of om een boek af te ronden) als t.b.v. de ontwikkeling van onderwijs. Uiteraard moet hieraan een duidelijk plan met beoogd einddoel ten grondslag liggen.
3.3 Organisatie
Uitgangspunt bij de volgende voorstellen is dat je betrokkenheid (van alle medewerkers, WP en OBP, en studenten) vergroot op dat aggregatieniveau waar je betrokkenheid wilt.
• het heroverwegen van de leerstoelgroep als basiseenheid: de leerstoelgroep zou als organisatie-eenheid kunnen verdwijnen ten gunste van de opleiding als thuisbasis van het WP en OBP. Voordelen: grotere transparantie, meer betrokkenheid bij onderwijs- en eventueel ook onderzoeksprogramma’s en minder verkaveling op microniveau en bloedgroepenstrijd bij het invullen van de onderwijsprogramma’s (van volkstuinen naar landschapstuin). Department en GSH/USH moeten vervolgens de interdisciplinaire samenwerking tussen opleidingen en medewerkers van opleidingen borgen en faciliteren.
• OBP: Het OBP binnen de afdeling Taal- en Letterkunde bestaat hoofdzakelijk uit secretariaatmedewerkers die werkzaam zijn op leerstoelgroepsecretariaten, het secretariaat van de divisie T&L en het onderwijssecretariaat. De komende vier jaar zou de afdeling wat betreft OBP beleid vooral willen focussen op de volgende punten:
1. optimale bereikbaarheid en een professionele dienstverlening: door, waar mogelijk, nieuwe geclusterde secretariaten te vormen, kan dit gerealiseerd worden, waarbij tegelijkertijd het behoud van ‘een thuisbasis’ essentieel blijft.
2. Idealiter zou al het OBP binnen T&L onder het hoofd bedrijfsvoering kunnen vallen, als ondermandaat van de directeur bedrijfsvoering. Dit maakt efficiënter en flexibeler personeelsbeleid op OBP gebied mogelijk.
3. Ten slotte zouden de interactie en overlegstructuur tussen het MT van de faculteit en de hoofden bedrijfsvoering geoptimaliseerd kunnen worden. Het facultair overleg bedrijfsvoering zou hiertoe meer inhoudelijke focus dienen te krijgen.
3.4 HRM-beleid
T&L wil zich de komende convenantsperiode op de volgende punten concentreren:
• meervoudige competentie van nieuwe medewerkers: T&L heeft zeer goede ervaringen met het selecteren van nieuw WP op brede inzetbaarheid en een veelzijdig onderzoeksprofiel. Bij een krimpende staf, waarin steeds vaker expertiseknelpunten zullen optreden, is werven op meervoudige competentie eens te meer noodzaak. Om- en bijscholingstrajecten zullen uiteraard ook verder ingezet worden (voorjaar 2008 loopt als pilot een bijscholingstraject Middeleeuws Latijn, gefinancieerd uit het Employability Fonds).
• flexibilisering: T&L stelt zich tot doel om de komende jaren actief mee te denken over een alternatieve aanpak om de flexibele inzet van personeel beter gestalte te geven. De 80-20% regeling, die nu wordt toegepast als facultair instrument, stuit in de praktijk van T&L op verschillende technische problemen, pakt onder de huidige bezuinigingsdruk soms willekeurig uit en treft vooral de toch al ondergewaardeerde categorie docenten. Ook moet er meer duidelijkheid komen over het bevorderingstraject van ud naar uhd (zeker met het oog op het aantrekken van buitenlandse medewerkers). T&L bepleit op enige termijn de invoering van een tenure track systeem en ziet de komende jaren, waarin een aanzienlijk deel van het personeel moet uitstromen, als een moment om daarmee een begin te maken.
• hrm-beleid voor docenten: Binnen T&L is een flink deel van het personeel aangesteld als docent, voornamelijk belast met het taalverwervingsonderwijs in de propedeuse en de bachelorprogramma’s. Hun takenpakket is vaak relatief zwaar en weinig gevarieerd. In de praktijk kent deze categorie medewerkers weinig loopbaanperspectief; indachtig de cruciale rol die het UvA-Instellingsplan inruimt voor loopbaanbeleid (p. 25), wil T&L juist voor deze categorie, veelal bestaand uit vrouwen en voor een grote groep studenten vaak het gezicht van de opleiding, beleid ontwikkelen dat recht doet de verschillende facetten van het docentschap. Zeker nu ons personeelsbestand de komende jaren zal krimpen en vergrijzen, is investeren in deze categorie niet alleen wenselijk maar ook noodzaak.
1. verticaal loopbaanbeleid: de wens van de FGw om meer promoties te realiseren zou voor enkele docenten aanleiding kunnen zijn een promotietraject te beginnen om op termijn een nieuwe stap in de loopbaan te kunnen zetten. De Afdeling heeft hiermee inmiddels bij een aantal opleidingen goede ervaringen en wil hierin de komende jaren blijven coachen en bemiddelen. Voor docenten met onderzoeksambitie en -capaciteiten zou de mogelijkheid moeten bestaan zich aan te sluiten bij een onderzoeksinstituut.
2. horizontaal loopbaanbeleid: verreweg de grootste groep docenten kan en/of wil niet promoveren, en zal dus niet doorstromen naar een ud-positie. Op basis van evidente onderwijsexcellentie zou T&L deze docenten de mogelijkheid willen bieden om zich op het gebied van onderwijs verder te profileren en ontplooien (nascholing, uitwisselingsmogelijkheden met het land van doeltaal, projecten). Ervaren docenten zouden meer moeten worden ingezet in het BKO traject, of als coach van nieuwe collega’s. Leidinggevenden zouden daarbij (nog) beter geïnformeerd moeten worden over bestaande relevante personeelsinstrumenten.
3. het is het overwegen waard om bij werving en selectie nadruk te leggen op docent-promovendi-plaatsen (in plaats van docentaanstellingen). Voordelen hiervan zijn: een evidente link tussen onderwijs en onderzoek, ook bij taalverwerving; een breder inzetbare groep medewerkers; minder risico op vastlopen in het loopbaanperspectief.
3.5 Cijfers
• een overzicht van de studentaantallen per opleiding:
Instroom in de Bachelor
Geesteswetenschappen
Taal- en Letterkunde (bron: bestuurlijke informatie / Concern Control UvA)
Peildatum: 1 oktober
|
|
2003 |
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
|
Duitse taal en cultuur |
5 |
7 |
12 |
14 |
15 |
|
Engelse taal en cultuur |
52 |
61 |
69 |
52 |
58 |
|
Franse taal en cultuur |
12 |
26 |
26 |
15 |
33 |
|
Griekse en Latijnse taal en cultuur |
8 |
13 |
12 |
12 |
18 |
|
Italiaanse taal en cultuur |
15 |
10 |
22 |
22 |
28 |
|
Latijnse taal en cultuur |
3 |
3 |
3 |
3 |
5 |
|
Literatuurwetenschap |
17 |
29 |
34 |
32 |
31 |
|
Nieuwgriekse taal en cultuur |
2 |
8 |
3 |
1 |
5 |
|
Roemeense taal en cultuur |
3 |
1 |
2 |
3 |
4 |
|
Scandinavische talen en culturen |
15 |
14 |
15 |
20 |
25 |
|
Slavische talen en culturen |
13 |
20 |
18 |
18 |
14 |
|
Spaanse taal en cultuur |
42 |
41 |
42 |
45 |
33 |
|
Taalwetenschap |
20 |
28 |
36 |
29 |
37 |
|
Arabische taal en cultuur |
11 |
20 |
8 |
29 |
14 |
|
Hebreeuwse taal en cultuur |
4 |
2 |
7 |
6 |
7 |
|
Totaal |
222 |
283 |
309 |
301 |
327 |
Instroom in de Master
Geesteswetenschappen
Taal- en Letterkunde (bron: bestuurlijke informatie / Concern Control UvA)
Peildatum: 1 oktober
|
|
2003 |
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
|
Duitse taal en cultuur |
1 |
1 |
3 |
1 |
2 |
|
Engelse taal en cultuur |
|
10 |
22 |
18 |
14 |
|
Franse taal en cultuur |
|
4 |
5 |
6 |
4 |
|
Griekse en Latijnse taal en cultuur |
|
|
2 |
1 |
2 |
|
Italiaanse taal en cultuur |
1 |
1 |
|
4 |
|
|
Latijnse taal en cultuur |
|
|
|
1 |
|
|
Literatuurwetenschap |
1 |
1 |
|
4 |
6 |
|
Nieuwgriekse taal en cultuur |
|
5 |
|
3 |
1 |
|
Roemeense taal en cultuur |
|
|
2 |
1 |
|
|
Scandinavische talen en culturen |
|
|
1 |
2 |
2 |
|
Slavische talen en culturen |
1 |
1 |
1 |
1 |
2 |
|
Spaanse taal en cultuur |
|
2 |
4 |
3 |
10 |
|
Taalwetenschap |
9 |
|
|
|
|
|
Arabische taal en cultuur |
|
|
|
1 |
3 |
|
Hebreeuwse taal en cultuur |
|
1 |
|
|
2 |
|
Cultural Analysis (2 jaar) |
12 |
22 |
17 |
18 |
22 |
|
General Linguistics |
|
12 |
8 |
9 |
11 |
|
Linguistics (2 jaar) |
8 |
3 |
5 |
7 |
10 |
|
Literary Studies (2 jaar) |
4 |
14 |
9 |
6 |
7 |
|
Totaal |
37 |
77 |
79 |
86 |
98 |
• een overzicht van de IF versus reële bezetting per opleiding (peildatum zomer 2008) en verwachte ontwikkelingen in het personeelsverloop voor de periode 2009-2012. De Afdeling wil de komende vier jaar, waar mogelijk in samenwerking met andere afdelingen, resultaatgericht sturen op het bereiken van de IF, met dien verstande dat onderstaande cijfermatige ontwikkelingen niet los staan van de realiteit. Dat betekent dat keuzes omtrent herbezetting gemaakt zullen worden op grond van de nog te ontwikkelen onderwijsplannen (zie boven, 3.1), en impliceert herbezetting van vacatures daar waar de uitstroom tot essentieel expertiseverlies leidt dat niet anderszins is te ondervangen.
Naam opleiding |
IF |
Reële bezetting |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 |
|
Duits |
3,1 |
2,7 |
2,7 |
2,7 |
2,7 |
2,7 |
|
Engels |
10,9 |
10,19 |
11,71 |
11,71 |
11,71 |
10,91 |
|
GLTC & Latinistiek |
3,2 / 1,3 |
3,07 / 0,5 |
3,57 |
3,57 |
3,57 |
3.57 |
|
Nieuwgrieks |
2,9 |
1,72 |
1,72 |
1,72 |
1,12 |
0,52 |
|
Scandinavistiek |
4,3 |
4,8 |
4,8 |
4,8 |
4,01 |
3,01 |
|
Arabisch |
3,1 |
1,03 |
2,03 |
2,03 |
2,03 |
1,5 |
|
Hebreeuws |
3,1 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
3,0 |
|
Slavisch |
6,8 |
6,29 |
5,50 |
5,50 |
5,50 |
4.50 |
|
Spaans |
7,1 |
8,88 |
8,30 |
7,30 |
7,30 |
6,72 |
|
Literatuurwetenschap |
5,4 |
6,14* |
6,14 |
4,74 |
3,00 |
3,00 |
|
Taalwetenschap |
6,9 |
14,24 |
13,24 |
11,24 |
10,24 |
9,24 |
|
Gebarentaal |
2,3 |
2,42 |
2,42 |
2,42 |
2,42 |
2,42 |
|
Frans |
3,3 |
8,28 |
5,96 |
5,96 |
5,96 |
5,96 |
|
Roemeens |
2,9 |
2,11 |
2,11 |
2,11 |
1,61 |
1,61 |
|
Italiaans |
3,9 |
5,53 |
5,53 |
5,53 |
4,95 |
4,95 |
|
Lsg Moderne Europese Letterkunde |
5,7 |
5,5 |
3,50 |
3,50 |
3,50 |
2,71 |
* incl. tijdelijke dienstverbanden
• NB: voor een overzicht van de kosten (i.e., onderwijsuren) per opleiding, gerelateerd aan de door indicatieve formatie, zie p. 3, tabel 1.
4. Gefaseerde plannen
Om niet te struikelen over de eigen ambities lijkt het van groot belang om stapsgewijs een aantal plannen te ontwikkelen en ten uitvoer te brengen. Het in overeenstemming brengen van het zittend personeel met de IF blijft uiteraard eerste prioriteit, maar dat betreft een continue, complex proces van de lange adem. Voor de komende twee jaar denkt T&L daarnaast aan de volgende concrete stappen:
• om te beginnen moet er principieel worden nagedacht over het taalverwervingsaanbod in relatie tot de huidige en nieuwe financiële kaders. Aangezien vreemde talen bijzonder in trek zijn als invulling van keuze- of minorruimte, nemen er veel meer studenten deel aan het onderwijs dan op grond van de EOI-instroom zou worden verwacht. Dit is in het bijzonder zichtbaar bij de propedeutische taalverwervingsmodules. De deelname aan de colleges bedraagt soms tot zes maal de EOI-instroom. Taalverwerving ‘op maat en naar behoefte’ zou een nieuwe benadering kunnen zijn, met name in antwoord op de onderwijsvraag vanuit Europese studies en Taal- en Communicatie (actie: werkgroep m.m.v. medewerkers ES e.a.).
Daarnaast moet de (inhoudelijke en organisatorische) relatie taalverwervingsonderwijs : disciplinair onderwijs nader worden bekeken.
actie: in het najaar van 2008 moet de eindtermendiscussie worden gevoerd, gekoppeld aan CEF termen. Centraal dient te vraag te staan: welk eindniveau beoog je met je opleiding (ook qua taalvaardigheid)? Deze discussie dient onder regie van het OWI gevoerd te worden.
• ontwikkeling disciplinair aanbod 2e en 3e BA-jaar.
actie: najaar 2008 (programmagesprekken): eerste opzet formuleren voor OWI-brede implementatie disciplinair aanbod. Parallel daaraan vervolg van de brede discussie over verschillende aspecten van het te ontwikkelen disciplinair onderwijs (hgl, oc’s, medewerkers); werkgroep m.m.v. head of department, directeur USH, e.a.
• herbezetting van en herbezinning op vacante leerstoelen (Slavische Letterkunde; Latijn [Classics]; bijz. leerstoel Griekse Taalkunde; leerstoel Nieuw Grieks).
• met inachtneming van de verschillende facultaire dossiers zal T&L een voorstel formuleren voor herindeling van de staf bij opleidingen in plaats van leerstoelgroepen.
actie: herfst 2008.
• het organiseren van ‘de ontmoeting’. Om te stimuleren dat mensen met elkaar in gesprek gaan en nieuwe initiatieven vorm gaan geven is het nodig om ‘de ontmoeting’ te stimuleren en faciliteren. T&L wil hiertoe een ruimte creëren waar het academische gesprek, door activiteiten ondersteund, concreet kan plaatsvinden.
actie: voorstellen hiertoe zullen in het najaar van 2008 gedaan worden door de afdeling en voor worden gelegd aan het hooglerarenoverleg T&L..
BIJLAGE 1: OVERZICHT OPLEIDINGEN TAAL- EN LETTERKUNDE
Bacheloropleidingen
Griekse en Latijnse taal en cultuur
Scandinavische talen en culturen
Spaanse taal en cultuur
Taalwetenschap (+ Gebarentaalwetenschap)
Masteropleidingen
Arabische taal en cultuur
Duitse taal en cultuur
Franse taal en cultuur
Griekse en Latijnse taal en cultuur
Scandinavische talen en culturen
Onderzoeksmasters
Cultural Analysis
General Linguistics
Literary Studies
BIJLAGE 2: Schema voorstel herindeling BA programma’s T&L
jaar 1
|
Opleidingsspecifiek (45) |
|
|
|
Disciplinair (15); hierbinnen vallen resp. Inl. ATW (5), Inl. ALW (5) en Wetenschapsfilosofie (5) |
jaar 2
|
Minor (30) |
|
|
Opleidingsspecifiek (15) |
Disciplinair (15); Roulerende modules |
jaar 3
|
Keuze (15) |
Afstudeerproject (15); BA scriptie afronden binnen groep. |
|
Opleidingsspecifiek (15) |
Disciplinair (15); Roulerende modules |
[...] Het plan in zijn geheel lees je hier: http://reddetalen.nl/?page_id=67 [...]
Meer informatie over de plannen… - Homepage van Red de Talen
25 Sep 08 at 17:43
Ik vind het een slecht plan, met name vanwege de geringe tijd die aan de eigen specialisatie wordt besteed. De plannen om het personeel de gelegenheid te geven om te promoveren lijken op papier geweldig. Er is op de groep docenten die lesgeven de afgelopen 15 jaar alleen maar bezuinigd. En ik zie in de plannen ook geen extra formatie om die omscholing te bewerkstelligen. Ik zie alleen een vermindering van het aantal forrmatieplaatsen.
Dus eerst zien dan geloven.
i.j.scharree
29 Sep 08 at 16:33